Vanaf 1 januari 2020 zullen ook kleine niet-residentiële gebouwen over een EPC moeten beschikken als ze te koop of te huur worden aangeboden.

DGI Team

Het EPC van woningen en appartementen bestaat al meer dan tien jaar en is goed ingeburgerd. Het EPC moet beschikbaar zijn als de woning of het appartement te koop of te huur wordt aangeboden.

Vanaf 1 januari 2020 zullen ook kleine niet-residentiële gebouwen over een EPC moeten beschikken als ze te koop of te huur worden aangeboden. Niet-residentiële gebouwen vormen immers een grote, diverse en vooral belangrijke gebouwengroep waar nog veel energiewinst te halen is.

We streven in Vlaanderen tegen 2050 naar een energiezuinig gebouwenpark, zowel op de woningmarkt als bij bedrijven en organisaties!

Net als bij woningen en appartementen moet het EPC beschikbaar zijn zodra het kleine niet-residentiële gebouw of gebouwdeel verkocht of verhuurd wordt. Het EPC is een overzichtelijk document dat de energetische toestand van het gebouw in kaart brengt. Tegelijk is het dankzij de aanbevelingentabel een krachtig instrument om u te begeleiden bij uw energetische renovatie. Het energieprestatiecertificaat geeft inzicht in de energieprestatie van een gebouw: het geeft informatie over hoe de gevels, daken en vloeren zijn geïsoleerd, en welke beglazing, verlichting, en installaties voor ventilatie, verwarming, koeling en hernieuwbare energie er geplaatst zijn.

WANNEER HEBT U EEN EPC NODIG VOOR EEN KLEIN NIET-RESIDENTEEL GEBOUW DAT VERKOCHT OF VERHUURD WORDT? DRIE VOORWAARDEN:

  1. Er wordt niet gewoond in het gebouw of gebouwdeel, bijvoorbeeld kantoren, winkels, restaurants, cafés, tavernes, B&B’s, praktijkruimten van dokters, tandartsen en kinesisten, en kantoren van notarissen, advocaten en architecten. Er wordt gekeken naar de feitelijke situatie, dus hoe het gebouw of gebouwdeel gebruikt wordt op het moment dat het te koop of te huur wordt aangeboden. Zo wordt een appartement dat gebruikt wordt als boekhoudkantoor, als een niet-residentiële eenheid beschouwd. 
  2. Het niet-residentiële gebouwdeel heeft een oppervlakte van maximaal 500 m².
  3. De niet-residentiële gebouwdelen die grenzen aan het deel dat te koop of te huur wordt aangeboden, heeft een oppervlakte van maximaal 1000 m².
  • Dit betekent dat bij een gebouw dat alleen een niet-residentieel gebruik heeft, de totale - vloeroppervlakte van alle verdiepingen maximaal 1000 m² bedraagt.
  • Bij een gebouw dat zowel een residentieel als een niet-residentieel gebruik heeft, worden de oppervlaktes opgeteld van alle niet-residentiële gebouwdelen die op dezelfde verdieping liggen als het te koop of te huur gestelde deel.
  • Als er nog niet-residentiële gebouwdelen op een verdieping erboven of eronder liggen, wordt hun oppervlakte ook meegeteld. De nietresidentiële gebouwdelen die van de andere gescheiden worden door een volledige residentiële verdieping, worden niet meegeteld. De som van de vloeroppervlaktes van de aangrenzende niet-residentiële eenheden, inclusief de oppervlakte van de eenheid zelf, bedraagt maximaal 1000 m².

 

Voorbeeld:

Een kledingwinkel in een winkelstraat met een bruikbare vloeroppervlakte van 90 m² heeft een EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen nodig van zodra het te koop of te huur wordt gesteld. Zie foto linksonder.

Een kledingwinkel van 90 m² in een groot winkelcentrum valt niet onder het EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen, omdat het winkelcentrum een bruikbare vloeroppervlakte heeft die groter is dan 1000 m². Zie foto rechtsonder.

 

voorbeeld wat is een kNR

Als uw niet-residentiële gebouw of gebouwdeel groter dan de vastgelegde grenzen is, hoeft u bij verkoop of verhuur vanaf 2020 niet over een EPC te beschikken. Voor dergelijke grote niet-residentiële gebouwen wordt een apart EPC ontwikkeld.

Bekijk ook de voorbeelden die verduidelijken hoe u een inschatting van het aaneengesloten niet-residentiële geheel kan maken. Wanneer het aaneengesloten niet-residentiële geheel  groter is dan 1000 m², gaat het om een grote niet-residentiële eenheid en wordt er geen EPC voor kleine niet-residentiële eenheden opgemaakt bij verkoop of verhuur. Op termijn zal ook het EPC voor grote niet-residentiële gebouwen verplicht worden.

UITZONDERINGEN

Voor bepaalde gebouwen hoeft u geen EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen te laten opmaken. Bijvoorbeeld:

  • gebouwen waarvoor al een geldig EPC bij de bouw beschikbaar is (voor nieuwbouw);
  • alleenstaande niet-residentiële gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte die kleiner dan 50 m² is;
  • industriële gebouwen, zoals productiehallen;
  • stallen, serres en werkplaatsen van een landbouwbedrijf.

De volledige lijst met uitzonderingen vindt u op https://www.energiesparen.be/epc-toepassingsgebied-vanaf2020. 

WAT STAAT ER OP HET EPC?

Voorbeeld van een EPC 

  1. label en energiescore Het EPC voor kleine niet-residentiele gebouwen bevat een label, net zoals het EPC voor bestaande woongebouwen. Een label A+ geeft aan dat het gebouw heel energiezuinig is; een label F wijst op een heel energieverslindend gebouw of gebouwdeel. Dankzij het label kunnen EPC’s onderling vergeleken worden, ook al is de bestemming van de gebouwen verschillend.
  2. aanbevelingen Op het EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen worden aanbevelingen voor een energiezuinige renovatie gegeven. Mogelijke aanbevelingen zijn de plaatsing van isolatie en isolerende beglazing, energiezuinige verlichting en installaties voor verwarming en warm water. 

WANNEER MOET HET EPC VOOR KLEINE NIET-RESIDENTIELE GEBOUWEN BESCHIKBAAR ZIJN?

Vanaf 1 januari 2020 is een EPC verplicht als u kleine niet-residentiële gebouwen en gebouwdelen verkoopt of verhuurt. Het label of de energiescore moet gepubliceerd worden bij advertenties, op sites …, waar het niet-residentiële gebouw of het niet-residentiële gebouwdeel te koop of te huur wordt aangeboden. Ook het adres of de unieke code (als u het adres niet wilt bekendmaken) moet gepubliceerd worden.

WIE MAAKT HET EPC VOOR KLEINE NIET-RESIDENTIELE GEBOUWEN OP?

Het EPC wordt opgemaakt door een erkende energiedeskundige type A . De energiedeskundige type A bezorgt het EPC aan de eigenaar. Bij verhuur bezorgt de eigenaar een kopie van het EPC aan de huurder. Bij het verlijden van de authentieke akte wordt het originele EPC aan de koper overgedragen.

WAT ALS ER GEEN EPC IS?

Als bij controle blijkt dat er geen EPC beschikbaar is, kan de eigenaar van het gebouw een boete van 500 tot 5000 euro krijgen. Als op moment van het verlijden van de authentieke akte geen EPC aanwezig is, meldt de notaris dat aan het Vlaams Energieagentschap. De eigenaar krijgt dan ook een boete.

MEER INFO https://www.energiesparen.be/EPC-klein-niet-residentieel of bel 1700 

Bron: www.energiesparen.be

Geschreven door